There are no translations available.

Je zou denken dat de dood het ultieme einde is van iemands bestaan. Maar voor artiesten is dat juist totaal niet het geval. Vooral bij muzikanten is het opmerkelijk dat na hun dood hun carrière een flinke oppepper krijgt. Michael Jackson verkocht opeens heel goed nadat hij zijn laatste adem had uitgeblazen. Whitney Houston zal ongetwijfeld weer goede zaken doen, nu ze niet meer tot de levende behoord. Althans, haar platenmaatschappij dan.

Best bijzonder dat mensen muziek gaan kopen op het moment dat de artiest het niet meer kan maken. Een omgekeerde wereld, want als de muziek zo goed is, dan wil je er graag meer van horen, nietwaar? En de artiest verdient er natuurlijk niets meer aan. Doodgaan is een goede marketing-stunt, maar om het te faken om daarna wat extra cash te kunnen innen is not-done. Als je meerdere keren per leven dood kon gaan, dan hadden artiesten er ongetwijfeld veelvuldig gebruik van gemaakt. 

Stel je voor. Klopt de manager op de deur van het artiestenhokje waar zijn artiest zit uit te hijgen van zijn laatste optreden. “Ik denk dat je beter dood kunt gaan, misschien kunnen we je carrière dan nog redden.” Deprimerend, dat wel, maar commercieel gezien zou dat niet zo heel gek zijn. Al moet ik er wel bij vermelden dat doodgaan niet voor iedere beroep in de artiestensector geschikt is. Vooral in de filmindustrie zal het flink tegenvallen. Als Arnold Schwarzenegger doodgaat, rennen we niet massaal naar de winkel om de Terminator-serie te kopen. Het uitzenden van een van zijn films op televisie voldoet.


Het is ook niet zo dat iedereen met een publieke functie zijn voordeel doet met doodgaan. Toen Willem Drees overleed zijn we ook niet massaal SP gaan stemmen. Toen Steve Jobs overleed daalde de waarde  van Apple’s aandelen zelfs. Toegegeven: we kochten wel massaal iPhones en iPads, maar dat deden we voor zijn dood ook al. Ik ben benieuwd of iedereen massaal Windows-producten gaat kopen als Bill Gates het loodje legt.

Stel je eens voor als ‘het artiestendoodgaansyndroom’ (laat ik het zo maar noemen) ook op gewone mensen van toepassing is. Dat we allemaal met de trein gaan, omdat de machinist is overleden. Of dat we in een klap de Albert Heijn leegkopen, als die vriendelijke filiaalhouder van de reclames het loodje legt. Dat wordt een chaos! Een kunstmatige zwarte zaterdag als een wegwerker het leven laat of een land met lallende gasten als een grootaandeelhouder van Heineken het voor gezien houdt. Mij niet gezien!

Laten we het vooral bij de artiesten houden. Dan is het zo gek nog niet. Maar laten we die artiesten ook wat geld gunnen als ze nog in leven zijn. Want pas na je dood beroemd en rijk worden is nog veel erger. Althans, dat denk ik. Niemand die dat even kan vragen aan, ik noem een naam, Vincent van Gogh..  

There are no translations available.

Vorige week heb ik weer een paar minuutjes televisiereclame meegepakt. Normaal verafschuw ik die reclames omdat ze niet grappig (Jazeker!) of te opdringerig (kopen, kopen, kopen) zijn, of producten aanprijzen waar ik niet op zit te wachten (Met maar 13% bijtelling), maar af en toe zit er wel een pareltje tussen. De reclames van Centraal Beheer Achmea (‘Even Apeldoorn bellen’) bijvoorbeeld. Maar deze keer had ik een andere bijzondere reclame op het oog. Namelijk die van Obvion Hypotheken.

In de reclame loopt een klein getekend mannetje door een huis heen. Leuk gedaan, maar de voice-over die erbij hoorde deed mijn gedachten kronkelen.. ‘Obvion Hypotheken vindt dat je elkaar moet helpen, ook als het even tegenzit. Dus mocht u onverhoopt in de problemen komen, en dat kan zomaar gebeuren…’ Ho, Wacht! Elkaar helpen als het tegenzit, prima. Dat je in de problemen kunt komen, is ook goed mogelijk. Maar onverhoopt in de problemen komen? Onverhoopt! 

Alsof je ook verhoopt in de problemen kunt komen. “Ja, ik zit nu echt in de problemen.. Maar stiekem had ik het een beetje gehoopt!” Het moet niet veel gekker worden. Natuurlijk is in de problemen komen onverhoopt! Dat lijkt me vrij logisch. En toch ben ik erachter gekomen dat de term ‘onverhoopt’ wel erg vaak onnodig aan bod komt. ‘Onverhoopt niet op vakantie kunnen gaan’ of ‘onverhoopt ziek worden’ lijken me tot de verbeelding sprekende voorbeelden. Geen mens die zegt: “Hehe, nou ben ik eindelijk is een keertje ziek. Het kost wat hopen, maar dan heb je ook wat.”


Onverhoopt wordt altijd gebruikt als er iets negatiefs aan de hand is. ‘Onverhoopt lekker eten’ hoor je nooit wat van, om nog maar te zwijgen over ‘onverhoopt een mooi geldbedrag winnen’ of ‘onverhoopt een horloge op de kop tikken’. Terwijl dat net zo goed mogelijk is, want hoe graag je ook iets wilt, echt hopen doe je nauwelijks. Maar onverhoopt wordt altijd gebruikt als onnodige toevoeging bij iets negatiefs. Alsof nog even duidelijk gemaakt moet worden dat je echt niet ziek wilt worden. Zijn we soms te dom om te bedenken dat het niet fijn is als iemand ziek wordt? 

Je hebt grensgevallen. ‘Onverhoopt toch meegaan met schoolreisje’ zou bijvoorbeeld nog te verklaren zijn. Want het kan natuurlijk zijn dat je daar inderdaad geen zin in hebt, dan is dat toch met behulp van één woord even duidelijk geworden. Maar dat soort varianten zie je nauwelijks. Onverhoopt wordt altijd overbodig gebruikt. Groen gras, mijn persoonlijke mening, klein boompje, onverhoopt ziek. Onnodig overbodig. 

Onverhoopt is ook verhoopt, want onweer is ook weer. Om maar eens met een prachtige grap van Herman Finkers te eindigen. Want zeg nou zelf, wat hebben we nou aan zo’n woord als het alleen op deze  manier gebruikt wordt. Ik hoop dat niemand zich onverhoopt stoort aan deze vreemde taalkronkel.

There are no translations available.

In de tijd van WhatsApp en Ping zou je bijna vergeten dat er nog een andere manier is om met mensen te communiceren via de telefoon. En dan doel ik niet op sms’en of mms’en (bestaat dat laatste eigenlijk nog wel?), maar gewoon bellen. Bellen, ofwel telefoneren, is zo ouderwets nog niet. Wie enigszins een sociaal leven heeft komt dagelijks wel meerdere mensen tegen die met een toestel tegen hun oor aan lopen. Of mensen die een oortelefoontje gebruiken (rare naam eigenlijk, alsof de telefoon in je headset zit) of met een Bluetooth-headset oplopen.

De telefoon is een prima communicatiemiddel, maar het heeft toch een beetje een stoffig imago. Het bereik van een mobiel kan dramatisch zijn en een echt heldere telefoonverbinding komt ook maar zelden tot stand. Als het niet kraakt, dan hoor je wel je eigen echo. Alsof ‘het telefoneren’ nooit is doorontwikkeld. De dvd is ingehaald door de Blu-Ray en de cd is ingehaald door mp3. En dan nog zitten we met een middeleeuwse verbinding te bellen. En dat terwijl ons mobieltje ondertussen wel zo ongeveer zeshonderd andere functies erbij heeft gekregen.


Bellen is ouderwets. Zelfs de taal van de telefonie is niet met zijn tijd meegegaan. Want hoe kun je in godsnaam ‘ophangen’ in een gesprek met je mobieltje? En een nummer draaien is er allang niet meer bij. Tenzij je een of andere app download die een draaischijftelefoon op je scherm tovert. Een van de meest kromme uitdrukkingen is nog wel: sorry, ik ben verkeerd verbonden. Verbonden? Door wie dan? Alsof er ergens nog een of ander vrouwtje in een telefooncentrale alle kabeltjes zit aan te sluiten. Die moet zo onderhand wel gillend gek zijn geworden, met al dat telefoonverkeer.

Nee, verbinden doen we allang niet meer. We zijn gewoon zo stom om het verkeerde nummer te swipen of per ongeluk te broekzakbellen omdat je multitouch-screen zo gemakkelijk slide. Maar zodra je gaat bellen ga je de middeleeuwen in. Wat zeg ik, de prehistorie! Telefoneren is aan onderhoud onderhevig. Is er dan niemand die zich geroepen voelt dit prachtige medium te doorontwikkelen? Anno 2012 kunnen we toch niet meer schaamteloos prehistorisch bellen? Dat is ongehoord. Alexander Bell en Thomas Watson zouden zich omdraaien in hun graf! 

There are no translations available.


Pinliefhebbers kunnen hun geluk niet op in Utrecht. Op het Centraal Station, of misschien al Hoog Catharijne, kun je namelijk pinnen tot je erbij neervalt. De ABN Amro biedt de treinreiziger of verdwaalde wandelaar maar liefst drie pinautomaten naast elkaar. En wie daar geen genoegen mee neemt, kan op steenworp-afstand terecht bij een vierde en vijfde pinautomaat. Hoeveel pingenot kan een mens willen? 

Nou betwijfel ik of een mens echt gelukkig kan worden van pinnen. Al is het voor mij altijd wel fijn om te weten dat het geld op mijn rekening ook daadwerkelijk geld is. Want pas bij de pinautomaat wordt het tastbaar. Je bent slechts vier cijfers verwijderd van je eigen geld, waar ook in Nederland. Toch viel me iets op bij de pinautomaten in Utrecht. Het groene knopje, het bevestigingsknopje, heeft als opschrift ‘Goed’.

 

Bijzonder. Goed is namelijk wel te gebruiken als een simpele bevestiging (‘Ga je mee eten?’ – ‘Goed’), maar lang niet altijd (‘Heb je dat boek gelezen?’ – ‘Goed’). Goed is niet altijd ja of oké. Al helemaal niet bij het pinnen. Na het invullen van de pincode moet je op het knopje ‘Goed’ drukken. Dus bij het invoeren van de verkeerde pincode, druk je ook op goed. Het lijkt me dan toch vrij onlogisch als het apparaat dan opeens gaat zeggen ‘de pincode is onjuist’ (niet Goed!). Zet er dan ook geen Goed neer. Als ik 1234-Goed tik, dan kun je me niet gaan vertellen dat 1234 niet Goed is. 

Wilt u een bonnetje? ‘Goed’, dat kan nog wel. Al is dat ook een beetje vreemd. Andere banken (zoals ING en Rabobank) hebben een – veel logischer – Oké-knopje. Oké is niet hetzelfde als goed, maar heeft wel meer weg van ja. 1234-Oké hoeft niet goed te zijn. Wilt u een bonnetje? ‘Oké’. Het klopt niet alleen, het is nog best grappig ook. ‘Wil je een bonnetje’ – ‘Nouja, oké dan, omdat je het zo lief vraagt’. 

Oké is goed, maar Goed is niet oké. Logisch toch? Het rode knopje, volgens mij altijd ‘Stop’, is ook wel wat over te zeggen. Het functioneert namelijk de gehele pinprocedure als ‘Stop, haal me hier in Godsnaam uit, ik wil geen geld’-knopje. Totdat de machine vraagt of je een bonnetje wilt. Dan verandert het opeens in een ‘Nee, dank je’-knopje. Eigenlijk is dat ook vrij bijzonder, van dodemansknop naar ‘liever niet’-knop. Al is dat natuurlijk wel positief. Stel je voor als die knop zijn functie behoudt. ‘Wilt u een bonnetje’ – ‘Stop’. En vervolgens mag je de transactie ongedaan maken en het geld weer in het klepje stoppen. 

Nee, dat ‘Goed’ kunnen we maar beter veranderen. Het ‘Stop’-knopje laten we maar voor wat het is, want om er nou een ‘Nee, dank je’-knopje bij te gaan maken is ook weer zo wat. Toch wel goed om dit even kwijt te zijn. Ja, dat pinnen zit veel meer achter dan je dacht. Zo logisch is dat helemaal niet, dat flappen tappen… 


There are no translations available.

Dag lezer,

We naderen het eind van het jaar en mijn blog is dit jaar (weer) veelvuldig gelezen door jullie allemaal. Erg leuk om te weten en te horen wat jij en andere lezers ervan vinden. 

Ik denk niet dat ik volgende week nog tijd heb om iets nieuws te schrijven, daarom wil ik jou via deze weg nog een laatste wens meegeven: 

Prettige Kerstdagen en alvast een heel erg prettig 2012. Opdat we allen nog veel mee mogen maken. Uiteraard zie ik je graag terug op de website. 


Groetjes,

Chris


P.S. Mocht je op de hoogte willen blijven van nieuwe blogposts of opinie-artikelen, volg me dan op Twitter of word vriend/abonneer je op mijn updates op Facebook. Onderaan kun je de knoppen vinden. Die zijn zo groot dat je er niet omheen kunt..

More Articles...

Page 1 of 19

Start
Prev
1

 

OVER VAN ALLES,
NOG WAT EN MINDER
VERWANTE ZAKEN


Gedachtekronkel

"Als iets niet waar is, kan het dan overdreven zijn?"
-CP

- advertentie -
Banner