There are no translations available.

De Franse bakker stond ongeduldig achter de balie. Frans, of zoals de meeste Fransen hem hadden genoemd: le touriste, stond wat dromerig te staren naar het enorme assortiment stokbroden in de vitrine. Hoewel de Fransman ’s ochtends zijn best had gedaan om alle broden kaarsrecht en met naamsaanduiding in de vitrine te leggen, was het voor Frans een grote chaos.

“Le Pain,” zei de Fransman tegen hem. Hij herhaalde chagrijnig doch behulpzaam zijn hint naar het brood. “Le Pain! Le Pain!” Frans verstond er werkelijk geen bal van. Voor hetzelfde geld stond de vriendelijke bakker hem uit te schelden. Frans mocht dan wel Frans heten, van de Franse cultuur en taal had hij geen kaas gegeten. Terwijl hij naar de broden bleef staren, antwoordde hij wat ongelukkig met “Njet.” Hij moest er een seconde over nadenken, voordat hij zijn antwoord corrigeerde. “Non, monsjeuw.”

Pas toen Frans met zijn kleine autootje de borden ‘Lille’ passeerde, merkte hij op dat Frankrijk helemaal niet was zoals hij het zich had voorgesteld. De mooie brandende zon boven de prachtige Eiffelstad – zoals Frans het zich had voorgesteld – veranderde in een plensbui boven een grauwe en lelijk Parijs. ‘Paris’, zoals de Fransen het noemden. De lelijke groene verkeersborden die de weg naar Parijs aangaven, maakte het niet bepaald romantischer.
In het dorpje Saint-Pierre-Azif waar hij de komende twee weken zou verblijven, was ook niet bepaald je-van-het. Het dorp stikte van de vieze, stinkende boeren die nog minder verstaanbaar waren dan de ‘gewone’ Fransen. Tot overmaat van ramp had Frans nog geen enkele baret gevonden die hij als souvenir kon meenemen.

“Le Pain!” riep de bakker naar hem. Frans reageerde geïrriteerd. De kleine bakkerszaak was inmiddels volgestroomd met drie andere klanten, die allemaal aandachtig naar Frans stonden te kijken. Frans drukte zijn vinger op de vitrine en wees daarmee één van de vele stokbroden aan. “Pain du Stok!” riep hij naar de bakker. De arme bakker wist niet hoe snel hij de baguette moest verpakken.

Het klingeltje van de deurbel maakte duidelijk hoe grof Frans de deur van de bakkerszaak opende. Met het stokbrood onder zijn arm liep hij de straat door. Het begon te miezeren, maar Frans liep met een flinke pas en met zijn gezicht op de omlaag door. Hij mompelde wat tegen de legen straten van het kleine Franse dorpje: “Kutland.”

Add comment

Security code
Refresh

 

OVER VAN ALLES,
NOG WAT EN MINDER
VERWANTE ZAKEN


Gedachtekronkel

"Een standbeeld van een zittend persoon, is dat dan nog een standbeeld?"
-CP

- advertentie -
Banner