Je hebt grofweg twee soorten boeken, namelijk fictie en non-fictie. Die laatste term vind ik opmerkelijk. Non-fictie houdt dus in dat een verhaal echt gebeurd is. Een 'waargebeurd verhaal' -zoals ze dat dan noemen - is in veel gevallen veel interessanter dan een verhaal dat compleet is verzonnen. Het verhaal mag dan wel geromantiseerd zijn en een beetje aangepast, naar mijn idee is het toch al een stuk belangrijker om te vertellen dan een fictie-verhaal.
Maar waarom is er dan gekozen voor het term 'non-fictie'? Waren vroeger alle boeken opgebouwd uit verzonnen verhalen, waardoor er alleen fictie te koop was? En dat er toen opeens iemand een waargebeurd verhaal schreef, dat ze dat dan non-fictie noemden? Dat vind ik wel erg simpel gedacht, maar de term is dan ook wel erg simpel. “Wat is dat voor boek? Is dat geen fictie? Oh, dan noemen we het toch non-fictie.” Alsof je een rode fiets een non-blauwe fiets zou noemen. Dat is toch raar!

Ik vind het ook een beetje denigrerend. De toevoeging van ‘non’ legt de nadruk op wat je in ieder geval niet zult tegenkomen in het boek. Het legt daar dan ook de nadruk een beetje op. “Dat boek is geen fictie hoor, dat is NON-fictie.” Alsof het dan helemaal niets meer waard is, of zoiets.
Is er geen goede vervanger voor de term non-fictie? Realisme lijkt me een goed alternatief. Je leest dan fictie of realisme, dat is toch al stuk positiever dan de ‘niet-fictie’-variant. Fictie is – naar mijn idee – op zichzelf al een vreemd woord. Fictie is net zo gek als functie en franco. Misschien komt het door de combinatie van de f en de c. Hmmm, ik heb weer genoeg om over na te denken.