
Door Gijsbert
De wodka brandt nog in mijn maag. Nog geen zeven uur geleden ging het licht uit in onze kamer in de Sovjethotel in Sint Petersburg. Ik heb dus dorst, en mijn nuchtere maag kan ook wel een ontbijt gebruiken. Dat treft, want beneden staat een lopend buffet klaar. Het keuzemenu: macaroni, grijze pap, een kartonbroodje, een dikke plak kaas, een bietentaartje of een blokje ei. Met tegenzin kwak ik een hoopje macaroni op mijn bord. Zijn die russen helemaal gek geworden?
Waar een normaal ontbijtbuffetje bestaat uit wat (lekkere) sneetjes brood, ei, met wat geluk croissants en misschien een bakje yoghurt, bestaat ons Russische ontbijt uit al het voedsel wat onder de algemene noemer calorieën valt. Gisteren lag er zelfs een bakje met zoute haring klaar. Lekker, maar niet om tien uur 's ochtends.

Om eerlijk te zijn hebben we in de week dat we in Rusland zijn nooit iets lekkers gegeten. Het lijkt ook hier ook niet zoveel uit te maken. Het enige wat mee lijkt te tellen is de hoeveelheid vet in de maaltijd.
Er zit een wezenlijk verschil in de manier waarop wij Nederlanders en de Russen tegen voedsel aankijken. Ons eten moet gezond zijn, maar zeker ook smaakvol. Het enige doel van Russisch voedsel lijkt om een laagje vet om de botten te kweken. Smaak doet er niet toe.
Ditzelfde functie-denken is terug te vinden in alle aspecten van het Russiche leven. Zo staan hele wijken vol met identieke grauwe flats, omdat daar nu eenmaal grote groepen mensen in kunnen wonen. Oude roestige Lada's rijden regelmatig voorbij, om de simpele reden dat ze het nog doen.
Misschien is smaak wel een grote Westerse illusie. Waarom zou je een auto onderhouden als hij nog rijdt? Waarom klagen over een vettig ontbijtje als het de bodem biedt om een strenge Russische winter te overleven? Om dit gebruik in de zomer door te zetten is minder logisch. En ik ontbijt toch liever met roerbakei en croissant; minder functioneel, maar o zo lekker.