
Door Christiaan
Terwijl we naar het aftikkende klokje kijken aan het einde van het zebrapad, rennen we naar de overkant. En als we de overkant levend hebben bereikt, zijn we opgelucht. Het verkeer in Rusland is namelijk een gekkenhuis. Dat aftikkende klokje noemen we de 'dodenklok', want als hij de nul bereikt ben je dood. Dan springt het verkeerslicht voor de auto's direct op groen. Oversteken is in Rusland een zaak van leven en dood.
Om een of andere reden heeft het afslaande verkeer van de zijweg gelijktijdig groen met de voetgangers. Zo komt het dus regelmatig voor dat er een Wolga of een Lada 'gewoontjes' over het voetpad heen rijdt waar voetgangers aan het oversteken zijn. En richtingaanwijzers? Ach, dat is hier gewoon een overbodige functie van een auto. Bovendien is de snelheidslimiet op de Russische straten een rekbaar begrip. 40 of 140, dat scheelt toch maar 1 cijfer?

En als je denkt in de bus veilig te zijn: de bussen beginnen al met rijden wanneer ze hun deuren sluiten. De enige echte veilige manier om je in St. Petersburg of Moskou te verplaatsen blijft de metro, maar daar zijn dan ook voor elk perron zo'n vijftien bewakers.
Gelukkig hebben we voor het bovengrondse verkeer de politie. Die hebben een hokje naast de weg staan, vanuit daar kunnen ze het verkeer in de gaten houden. Maar volgens mij kunnen ze moeilijk ingrijpen. Bij een ongeluk is het dus meer een geval van: 'Ja, zie je nou wel. Het is hartstikke gevaarlijk hier'.
Een Russische vriend wist ons te vertellen dat oversteken in Rusland geen kunst is. Rood en groen zijn eigenlijk hetzelfde. “Je moet gewoon altijd goed uitkijken.” Laten we dat vooral doen.