Wie een tijdschrift koopt, koopt daarmee een berg reclame. De kans dat er paginagrote advertenties in het tijdschrift staan is ook vrij groot. En in veel gevallen heb je zelfs te maken met reclames die zijn uitgebreid met een kartonnen kaartje. Een soort reclame-deluxe. Het kartonnetje is vaak een provisorische ansichtkaart (of beter gezegd: postkaart) die je kunt lostrekken en naar de uitgever kunt sturen als je een abonnement wilt.
Toen ik het weekblad Voetbal International opensloeg viel mijn oog op zo’n reclamekaartje. Ja, het was een postkaart. Een postkaart met daarop een afbeelding van een stapeltje VI’s met een strik eromheen om precies te zijn. Maar de tekst was veel interessanter. Met enorme letters stond er: ‘Sinterklaas?’ Daaronder, in kleinere letters: ‘Geef een abonnement cadeau’. Ik vond het vrij bijzonder dat er reclame wordt gemaakt aan de hand van één woord, te weten onze goedheiligman. En dan nog in de vraagvorm ook.
Stel je eens voor als iemand je dat vraagt. “Sinterklaas?” Ik zou niet weten hoe ik moet antwoorden. Was dat een vraag? Mis ik hier iets? Horen daar niet meer woorden bij? Toen ik de kaart uit het tijdschrift haalde, werd mij nog een vraag gesteld. ‘Kaart weg?’ met daaronder (wederom in kleine letters): ‘Dan is iemand je voor geweest’. Kaart weg? is tenminste een vraag waar je nog enigszins antwoord op kunt geven, al blijft het beperkt tot ja of nee.

De ingekorte vragen zoals ‘kaart weg?’ kom je steeds vaker tegen. Kennelijk hebben we in Nederland helemaal geen volledige vraagformulering meer nodig. Waarom zou je nog moeilijk doen met lange vragen? ‘Kaart weg?’ is veel simpeler en doeltreffender dan ‘Is de kaart weg?’ of ‘Indien de kaart weg is…’ Laatst zag ik een poster hangen met een reclame voor een drukkerij. ‘Posters printen?’ stond erop. Het zinsdeel ‘wilt u’ is voor het gemak achterwege gelaten.
Maar dat is nog niet alles. Je kunt bijna alles inkorten! Een detacheringsbureau maakt reclame met ‘Eigen baas?’ en Vrij Nederland probeert abonnees te werven met de vraag ‘Feestje?’ Iedereen begrijpt dat er ‘Wil je eigen baas zijn?’ en ‘Is er een feestje?’ mee wordt bedoeld. Als je alle vragen met ja beantwoord, dan zit je op een goudmijn. Alle diensten en producten zijn er namelijk om het je naar de zin te maken!
Wie nee zegt wordt genegeerd. Zo simpel is het. Hoewel het een beetje raar is, kan ik wel begrijpen dat er op deze manier reclame wordt gemaakt. Het trekt de aandacht en laat alle ‘overbodige’ woorden achterwege. In de meeste gevallen blijft het ook duidelijk. ‘Koffie?’ is een klassieke ingekorte vraag. Geen enkele Nederlander zal zich afvragen wat er nou precies bedoeld wordt.
De ingekorte vraag beperkt zich wel tot geschreven teksten. Als het wordt uitgesproken wordt het namelijk onbeschoft. Echt klantvriendelijk is het namelijk niet. Een McDonalds-medewerker die ‘drinken?’ vraagt in plaats van ‘wat wilt u daarbij drinken?’ Of een verkoper die na het afrekenen alleen maar ‘bon?’ en ‘tas?’ zegt. Erg vriendelijk klinkt het niet.
Een tweede voorwaarde is dat de ingekorte vraag wel duidelijk moet zijn. ‘Sinterklaas?’ is net zo logisch als ‘Afstandsbediening?’ en ‘Kapot?’ Zonder duiding kun je niets met die vraag. Ik heb zelf een lichte afkeer ontwikkeld voor de ingekorte vragen, maar eerlijk is eerlijk: de tekst ‘Sinterklaas?’ is pakkender dan ‘bent u op zoek naar een sinterklaascadeau?’ Al is de steller van de laatste vraag mij het antwoord nog steeds verschuldigd. Want zo simpel als de koffievraag is hij niet. “Sinterklaas?” – “Ja lekker, met melk en suiker graag.”