Nu kolonel Kadafi is uitgeschakeld en het land officieel is bevrijd, kan Libië zich opmaken voor democratie. Maar die komt er niet zonder slag of stoot. Het vergt intensieve samenwerking met Westerse diplomaten, die als geen ander weten hoe democratie in elkaar steekt. Desondanks is de kans groot dat de democratie door een select groepje mensen wordt uitgebuit.
In Tunesië zijn de eerste vrije verkiezingen al geweest. 180 Europese verkiezingswaarnemers hebben de verkiezingen in de gaten gehouden. De Tunesiërs stemmen voor een constitutionele raad die een regering zal vormen. Daarna volgen er parlementsverkiezingen. Egypte zal op 21 november naar de stembus gaan voor parlementsverkiezingen. Ook daar zullen Europese waarnemers bij aanwezig zijn. Het is waarschijnlijk dat ook Libië aan het lijstje kan worden toegevoegd.
Maar voor Libië zullen de verkiezingen een stuk lastiger zijn. In Tunesië was Ben Ali in 2009 herkozen dankzij corrupte verkiezingen. In Egypte was Moebarak in 2010 herkozen dankzij eveneens corrupte verkiezingen. Maar Libië heeft nooit verkiezingen gekend, zelfs geen corrupte. Voordat Kadafi in 1969 aan de macht kwam, was het een onafhankelijk koninkrijk.

Kadafi heeft Libië zelf altijd een zuivere socialistische staat genoemd, hij is 42 jaar lang de ‘Gids van de Revolutie’ geweest voor Libië. In die 42 jaar zijn er geen verkiezingen geweest en het volk is over het algemeen volgzaam geweest. Nu de onbetwiste leider verdreven is, staat het volk voor een nieuw obstakel. De stembus lonkt, maar de Libiër weet niet wat hij ermee moet.
Mensen die zich verkiesbaar stellen zullen het vooral moeten hebben van hun praatje en hun voorkomen. Iemand die betrouwbaar oogt kan gemakkelijk aan de macht komen. De verkozen mensen hoeven op zichzelf niet betrouwbaar te zijn, zolang ze maar de schijn wekken. Op hoog niveau zal er fraude en corruptie ontstaan, zonder dat de Libische bevolking daar maar iets van hoeft te weten.
De kans dat een persoon de macht grijpt is ook aanwezig. Libië krijgt dan te maken met een nieuw regime, zij het in een iets andere vorm en verpakt in een jasje van democratie. Een leider die zich goed voordoet zal zich niet gauw van de troon worden gestoten. De kans dat het volk in opstand komt zal op den duur ook kleiner worden.
De opstand is ontstaan in navolging van de opstanden in andere Arabische steden. De mensen zelf zijn verre van actief, anders was de leider al vele jaren eerder uitgejouwd. Er was geen bepaalde druppel die de emmer deed overlopen. De Libiërs zijn over het algemeen passief en maken zich weinig druk om de overheid. Hoewel hun interesse in de politiek is toegenomen, zullen zij zich er voorlopig niet constant mee bezig houden.
Het is vergelijkbaar met Rusland na de val van de Sovjet Unie. De staat heeft jarenlang voor de bevolking nagedacht. De staat regelde alles en bepaalde wat de burger wel en niet kon doen. Zelfs nu is die mentaliteit bij de Russen nog aanwezig. Poetin komt gemakkelijk aan de macht, omdat Rusland geen betere leider heeft gekend.
Zo is het ook in Libië. Er is geen betere leider waar ze zich aan kunnen meten, dus als de eerste president het een beetje goed doet, kan hij de situatie exploiteren. Zolang het volk tevreden is, wil het geen dringende hervormingen.
Nu is het slechts wachten tot de Arabische Poetin zich meldt.