Opinie

Er heerst in Moskou nog steeds onvrede over de uitslag van afgelopen parlementsverkiezingen. Verenigd Rusland heeft alleen met fraude een meerderheid van de stemmen kunnen behalen, dat is de boodschap van een grote groep demonstranten. Eind vorig jaar gingen tienduizenden van hen de straat op om hun stem te laten horen. Aanstaande zaterdag gebeurt dat weer, precies een maand voor de presidentsverkiezingen. Zo’n 25.000 mensen hebben zich al aangemeld op de Facebook-pagina. Moskou lijkt Verenigd Rusland-moe en daarmee Poetin-moe, ze willen een overheid zonder corruptie.

Maar concessies zal het Kremlin niet geven. Dat de regering er alles aan heeft gedaan het protest te stoppen en de datum en locatie te wijzigen, zegt wel veel. De demonstranten hebben een compromis weten te sluiten met een staat die tot voor kort de overhand had. Het sterke bewind is, zij het onder druk, wel degelijk beïnvloedbaar. Al levert het protest tot nog toe verder niets zichtbaar significants op, het heeft de positie van Poetin wel aan het wankelen gebracht. 

Dat Poetin de troon (weer) wilt bestijgen is logisch. In zijn vier jaar premierschap heeft hij de touwtjes in handen gehouden, nu is het de hoogste tijd om zijn leiderschap weer te tonen en naar voren te treden in het hoogste ambt van Rusland. Massademonstraties tegen fraude en corruptie komen daarbij niet gelegen. De heersende partij Verenigd Rusland is niet meer geloofwaardig, de presidentsverkiezingen van 4 maart worden daardoor extra spannend. 


Als Poetin met een ruime meerderheid van de stemmen weer president wordt, zal niemand geloven dat hij de stemmen eerlijk heeft behaald. De bevolking staat tenslotte niet meer massaal achter de ex-KGB'er. Een nipte overwinning is geloofwaardiger, maar ook riskant. Als er een tweede stemronde moet komen, dan is het aan Poetin om zijn standpunten aan de man te brengen. Hij moet in debat gaan met zijn tegenstanders, iets waar hij nauwelijks ervaring mee heeft. Slechtlopende debatten zullen zijn positie niet versterken. Iemand die belangrijke debatten verliest en toch president wordt? Dat gelooft niemand. Het is op die manier vrijwel onmogelijk om, met fraude, genoeg stemmen binnen te halen om president te worden. 

Het is daarom van essentieel belang dat Poetin in de eerste ronde al zijn presidentschap veiligstelt. De voorbereidingen daarvoor zijn al in volle gang. Wie dacht dat alles op 4 februari beslist zou worden, heeft het mis. Achter de schermen wordt er volop gewerkt aan onderdelen van het verkiezingsmechanisme. Grigori Javlinski, van de liberale oppositiepartij Jabloko, is bijvoorbeeld uitgesloten van de presidentsverkiezingen. Hij zou handtekeningen hebben gekopieerd om aan de vereiste twee miljoen handtekeningen te komen die nodig zijn om jezelf verkiesbaar te stellen. Het oordeel van de Kiescommissie hem niet mee te laten doen is politiek getint.

Poetin doet er zijn voordeel mee als de Russen die op Javlinski wilden stemmen nu thuisblijven. Dat is een kleine groep, Javlinski was in twee eerdere presidentsverkiezingen allesbehalve succesvol, maar het kunnen de cruciale stemmen zijn die Poetin op weg naar een volgend termijn brengt. Een ander belangrijk punt is dat de partij nu geen waarnemers richting de stembussen kan sturen. Die mogelijkheid is namelijk alleen weggelegd voor presidentskandidaten. De partij beschikt over een goede organisatie, verspreid over het hele land, maar het blootleggen van fraude is er dus niet bij.

Er zijn nog vijf presidentskandidaten over. Communist Zjoeganov vormt nog de grootste bedreiging voor Poetin. De onafhankelijke miljardair Prochorov heeft een duister imago gekregen. Critici verwijten hem dat hij meedoet met de verkiezingen om Poetin te steunen (en om stemmen weg te halen bij de concurrenten).

Het is de vraag wat Poetin nu gaat doen om zijn populariteit te vergroten. Het thema ‘stabiliteit’, waar hij van 2000 tot 2008 een krachtig bewind mee heeft gevoerd, lijkt uitgewerkt en is aan onderhoud onderhevig. Een nieuwe formule is ongetwijfeld in de maak. Wie daarbij betrokken is laat zich raden. Dat het Kremlin daar veel te laat mee is begonnen, zal ook gevolgen hebben. 

Een tweede verkiezingsronde zou voor Poetin een fiasco zijn. Om nog maar te zwijgen over de mogelijkheid dat Zjoeganov de troon bestijgt. Het is dus waarschijnlijk dat Poetin de 4de maart officieus alle stemmen krijgt die hij nodig heeft. Een bevestiging van de unieke tandemdemocratie. In dat geval laat Poetin de onvermijdelijke protesten voor wat ze zijn, in de hoop dat ze doodbloeden. 

De kans dat het volk zich, zoals vroeger, volgzaam achter de grote leider schaart is echter vrij klein. Er is een grote groep Russen ontevreden met het resultaat van Poetin en de partij Verenigd Rusland. Ze houden geen blad voor de mond en zullen nog van zich laten horen. Het is weliswaar geen revolutie, maar Rusland bevindt zich wel in een vroeg stadium van evolutie. Alle ogen zijn gericht op Rusland, een belangrijk land op het wereldtoneel.

Klokkenluiderwebsite Wikileaks domineerde vorig jaar nog de media en de publieke opinie, maar die tijd lijkt voorgoed voorbij. Het is nog maar de vraag of Wikileaks het einde van dit jaar haalt. De organisatie is op meerdere fronten aangevallen door wat in eerste instantie het bedrijfsleven lijkt. Maar de klopjacht op Wikileaks is voornamelijk een politiek spel. En de politiek lijkt het spel te winnen. Op zorgvuldige wijze wordt Wikileaks de mond gesnoerd. 

Internetbedrijf EveryDNS besloot in december de domeinnaam wikileaks.org af te sluiten en Amazon besloot om de website van hun servers af te schoppen. Het waren kleine tegenslagen die vrij simpel zijn overwonnen. Maar in januari gebeurde er iets dat weldegelijk grote gevolgen kreeg. De geldstroom naar Wikileaks kwam in gevaar.

De creditcardbedrijven Mastercard en VISA, evenals een aantal banken, besloten vanaf dat moment betalingen aan de site te blokkeren. De internet-betaalservices PayPal en Western Union volgden. Van de ene op de andere dag was het gedaan met de inkomsten van Wikileaks. Maar liefst 95 procent van de donaties vonden geen doorgang meer.


De enige logische verklaring voor de blokkade is druk vanuit de politiek. Wikileaks maakte zich namelijk niet schuldig aan illegale praktijken. De bedrijven leden ook geen schade aan de donaties. Morele principes lijken ook geen rol te spelen. Donaties aan organisaties als de KKK en de American Fascist Movement zijn namelijk wel toegestaan.

Amerikaanse inlichtingendiensten zagen, na de massa-publicatie, het gevaar van Wikileaks in. Via de financiële instellingen hebben zij de organisatie een halt toe kunnen roepen, zonder daarbij zelf op de voorgrond te treden.

Assanges juridische strijd heeft daarbij geholpen. Terwijl de camera’s gericht waren op de van verkrachting verdachte leider van Wikileaks, is de organisatie monddood gemaakt. Julian Assange werd opeens de ‘bad guy’ en de publieke aandacht voor de wandaden van de Amerikaanse overheid was weggevaagd. De media-aandacht die Assange kreeg pakte goed uit, het overschaduwde de werkelijke tegenaanval op Wikileaks. 

Afgelopen vrijdag werd bekend dat Twitter de IP-adressen van gebruikers moet overhandigen aan de Amerikaanse overheid. Drie twitteraars worden verdacht van betrokkenheid bij Wikileaks. Nu treedt de overheid wel in de voorgrond, het lijkt erop dat ze zich klaarmaakt voor een rechtszaak tegen de organisatie. 

De rechtszaak kan de klap op de vuurpijl zijn. Als de overheid wint, kan het de handen wassen in onschuld. Als ze verliest, dan wordt er gezichtsverlies geleden, maar heeft de overheid wel laten zien dat ze Wikileaks juridisch (en dus volgens de regels) wilde stoppen. Een toneelstukje waarvan de afloop nog niet zeker is, maar op het echte slagveld heeft de overheid zich verscholen achter andere organisaties. Een onzichtbare politieke strijd, die zo goed als gewonnen is.

De meest schokkende onthullingen van Wikileaks zijn ongetwijfeld al gepubliceerd, maar het is zorgwekkend om te zien dat de levenslustige organisatie nu een stille dood sterft. Het is een rechtstreekse aanslag op de vrijheid van meningsuiting. 

Het publiek krijgt een surrealistisch toneelstukje voorgeschoteld, terwijl er achter de schermen een moord wordt gepleegd.

Nu kolonel Kadafi is uitgeschakeld en het land officieel is bevrijd, kan Libië zich opmaken voor democratie. Maar die komt er niet zonder slag of stoot. Het vergt intensieve samenwerking met Westerse diplomaten, die als geen ander weten hoe democratie in elkaar steekt. Desondanks is de kans groot dat de democratie door een select groepje mensen wordt uitgebuit.

In Tunesië zijn de eerste vrije verkiezingen al geweest. 180 Europese verkiezingswaarnemers hebben de verkiezingen in de gaten gehouden. De Tunesiërs stemmen voor een constitutionele raad die een regering zal vormen. Daarna volgen er parlementsverkiezingen. Egypte zal op 21 november naar de stembus gaan voor parlementsverkiezingen. Ook daar zullen Europese waarnemers bij aanwezig zijn. Het is waarschijnlijk dat ook Libië aan het lijstje kan worden toegevoegd.

Maar voor Libië zullen de verkiezingen een stuk lastiger zijn. In Tunesië was Ben Ali in 2009 herkozen dankzij corrupte verkiezingen. In Egypte was Moebarak in 2010 herkozen dankzij eveneens corrupte verkiezingen. Maar Libië heeft nooit verkiezingen gekend, zelfs geen corrupte. Voordat Kadafi in 1969 aan de macht kwam, was het een onafhankelijk koninkrijk.



Kadafi heeft Libië zelf altijd een zuivere socialistische staat genoemd, hij is 42 jaar lang de ‘Gids van de Revolutie’ geweest voor Libië. In die 42 jaar zijn er geen verkiezingen geweest en het volk is over het algemeen volgzaam geweest. Nu de onbetwiste leider verdreven is, staat het volk voor een nieuw obstakel. De stembus lonkt, maar de Libiër weet niet wat hij ermee moet.

Mensen die zich verkiesbaar stellen zullen het vooral moeten hebben van hun praatje en hun voorkomen. Iemand die betrouwbaar oogt kan gemakkelijk aan de macht komen. De verkozen mensen hoeven op zichzelf niet betrouwbaar te zijn, zolang ze maar de schijn wekken. Op hoog niveau zal er fraude en corruptie ontstaan, zonder dat de Libische bevolking daar maar iets van hoeft te weten.

De kans dat een persoon de macht grijpt is ook aanwezig. Libië krijgt dan te maken met een nieuw regime, zij het in een iets andere vorm en verpakt in een jasje van democratie. Een leider die zich goed voordoet zal zich niet gauw van de troon worden gestoten. De kans dat het volk in opstand komt zal op den duur ook kleiner worden.

De opstand is ontstaan in navolging van de opstanden in andere Arabische steden. De mensen zelf zijn verre van actief, anders was de leider al vele jaren eerder uitgejouwd. Er was geen bepaalde druppel die de emmer deed overlopen. De Libiërs zijn over het algemeen passief en maken zich weinig druk om de overheid. Hoewel hun interesse in de politiek is toegenomen, zullen zij zich er voorlopig niet constant mee bezig houden.

Het is vergelijkbaar met Rusland na de val van de Sovjet Unie. De staat heeft jarenlang voor de bevolking nagedacht. De staat regelde alles en bepaalde wat de burger wel en niet kon doen. Zelfs nu is die mentaliteit bij de Russen nog aanwezig. Poetin komt gemakkelijk aan de macht, omdat Rusland geen betere leider heeft gekend.

Zo is het ook in Libië. Er is geen betere leider waar ze zich aan kunnen meten, dus als de eerste president het een beetje goed doet, kan hij de situatie exploiteren. Zolang het volk tevreden is, wil het geen dringende hervormingen. 

Nu is het slechts wachten tot de Arabische Poetin zich meldt.

In navolging van Wall Street zijn er ook in andere landen Occupy-acties te vinden. Een Occupy-actie bestaat uit het verenigen van een groep mensen die hun onvrede willen laten blijken over de huidige financiële wereld en/of de politieke situatie.  Volgens de betogers moet de rijkdom en welvaart worden verdeeld onder de hele bevolking. Nu zou die welvaart voornamelijk bij de bankenelite liggen, die samen één procent van de bevolking vormen. Den Haag en Amsterdam worden vandaag, 15 oktober, ook ‘ge-occupyd’. Krap honderd mensen staat ten tijde van schrijven op het Beursplein in Den Haag.

Maar een duidelijke reden voor de actie is nergens te vinden. Goed, de politici moeten meer verantwoordelijkheid nemen op financieel gebied. En het bankenstelsel moet worden hervormd. Maar hoe of wat is niet bepaald duidelijk. Iedereen wil wel een betere wereld en iedereen is vrij om dat te roepen. Alleen lijkt het mij een stuk logischer om ook gelijk met oplossingen te komen, in plaats van het probleem aan te kaarten. Op deze manier bereik je niets.


Dat de financiële crises de hele bevolking raakt wisten we al. Het feit dat de banken een dikke vinger in de pap hebben is ook al uitgebreid besproken in de (kwaliteits-)media. Een zogeheten Ocuppy lijkt daarom veel op mosterd na de maaltijd. Toegegeven, een roep om een betere samenleving, dat is iets van alle tijden. En de financiele crises is een ideaal aangrijppunt, maar dat neemt niet weg dat er een doel voor ogen moet zijn.

Het voordeel van geen plan hebben is wellicht dat er verschillende soorten mensen aanwezig zijn. De menigte bestaat uit anti-globalisten, democraten en neo-liberalen. Het zou me niet verbazen als er ook socialisten en communisten tussenlopen. Gezamenlijk kunnen ze enkel strijden voor anarchie, want als ze met z’n allen om te tekentafel gaan zitten om een nieuwe wereld te schetsen, krijg je al snel tegenstrijdigheden.

Het ontbreken van de structuur heeft er dus voor gezorgd dat de menigte groter is. Maar zonder doel kun je verder niets met die menigte. Als je dan toch wat wilt beginnen, dan moet je meer richting een revolutie bedenken. Bijkomstigheid is wel dat je de regering omver moet werpen. En daar zit nu (bijna) niemand op te wachten.

Op deze pagina schrijf ik (onregelmatig) opinies over uiteenlopende onderwerpen.

Anders dan bij mijn blog, zijn de opinies gebaseerd op een goed gefundeerde mening en heb ik onderzoek gedaan naar alle feiten.

Op deze pagina staan dus journalistieke artikelen.

 

 

- advertentie -
Banner